Ik had ondertussen dus afscheid genomen van al mijn reisgezellen en was terug op mezelf aangewezen. Ik ging opnieuw naar Rotorua, geothermisch zeer actief, ik was er al in een hotpool geweest, maar ik wou er zeker nog een park gaan bekijken. Ik was echt into het kamperen, en dacht dat ik die avond alleen in mijn auto zou slapen, maar het afscheid viel mij toch zwaarder dan ik dacht (we hadden een afscheidscd gekregen van Juan, met de liedjes waaraan we herinneringen hebben), dus besliste ik toch maar een nachtje in een hostel te logeren waar je nog wat contact hebt. De volgende dag wou ik naar een park gaan, en kreeg ik nog wat informatie in de hostel. Rotorua is 1 en al toerisme, het gaat allemaal over de geothermische activiteit, of de maori cultuur. Ik was zelf een beetje sceptisch over die Maori activiteiten, al die shows met dansen en kostuums gebeurt niet meer echt, en is gewoon voor de toeristen. Maar in de hostel zeiden ze mij dat er een maoridorp is dat leeft op die geothermische zone, die zich daaraan aangepast hebben, en waar ze ook gidsen hebben en het dus niet enkel om die culturele show met het dansen draait. Toen ze mij dan nog eens over korting vertelden dacht ik het toch maar te proberen. Die nacht besefte ik dat een eigen auto eigenlijk echt een luxe is, dat is uw privékamer overal, want bij mij in de kamer sliep iemand die zooohard snurkte dat goed slapen er niet inzat die nacht!
De volgende dag ging ik eerst naar het
geothermisch park Wai-o-tapu, de lady knox geyser, barst dagelijks uit om 10 u smorgens,
dus op tijd zijn is de boodschap. Ik vond het al gek dat ze daar zo een precies
uur op konden plakken. Ik was er op tijd, en hoorde twee mensen nederlands
praten, gemakkelijk om zo een link te leggen dus geraakten we aan de praat. Het
was een koppel op hun huwelijksreis, iemand van Brasschaat (met het typische
accent :-) ) en de andere van de Limburg. Om 10 u barstte de geyser niet uit,
maar kwam er iemand aan met zeep en een micro. De man gaf ons wat geschiedenis
uitleg, en begon dan over de geyser. Ze stimuleren het effect van een gyser
uitbarsting met zeep, hij zei het zelf ook, sommigen denken misschien, dat is
niet echt, maar lady knox barst uit zichzelf ook uit, elke 48 u ongeveer. Maar
toch, dit was niet hetzelfde voor mij, je kapt er zeep in en dan blijft ie
spuiten voor 15 min zodat iedereen er mooi foto's mee kan nemen, neenee bibi
niet! Gelukkig was er nog een heel park bij waar je alle verschillende kleuren (mineralen)
van vulkanische activitieit kan zien. Deze wandeling deed ik samen met het
belgisch koppel, dit was wel echt chique om te zien.
 |
| Samen met het kersverse huwelijkspaar in het geothermisch park |
 |
| De beroemde Champagne Pools |
Nadien nam ik alweer afscheid
van het kersverse huwelijkspaar en ging ik naar het Maoridorp. Het begon met
een show met dansen en zingen en een verwelkoming, en onder andere ook de haka.
De haka was een oorlogsdans die de Maori uitvoerden voor ze ten oorlog gingen
om de etgenstander onder de indruk te maken, zoda ze utiendelijk niet zouden
moeten vechten. Een tactiek die vandaag de dag nog gebruikt wordt door het
nationaal rugbyteam van Nieuw-Zeeland (de Allblacks -
http://www.youtube.com/watch?v=SUFsL6o8y5s).
Na de show waarbij we ook wat Maori woorden leerden begon de rondleiding. Dit
vond ik super interessant, het is gek, deze mensen wonen op hotspots, maar zijn
daar aan gewoon. Ze koken hun groenten in het stomend mineraalwater dat aan de
oppervlak komt, ze maken ovens met de ondergrondse hitte, hebben natuurlijke
hotsprings, ... Dit was het zeker en vast waard, tegelijkertijd leerde ik ook
heel wat over de Maoricultuur, waar ik eigenlijk nog bijna niets van afwist tot
ervoor, terwijl dit toch een belangrijk deel geschiedenis is van Nieuw-Zeeland.
Het werd afgsloten met nog drie geysers (Te Puia) die we konen zien. Ditmaal zonder
zeep, en echte natuurlijke geysers. After all had ik dus toch nog natuurlijke
geysers gezien.
 |
| De (natuurlijk uitbarstende!) Te Puia geysers |
 |
| Maori culturele show |
Na die vorige snurknacht ging ik die nacht toch
maar terug voor een camping, Matatata camground, ditmaal ging ik alleen in de auto slapen,
voor de eerste keer. Voor mij alleen heeft het niet veel zin de tent op te
zetten, terwijl ik een grote auto heb. En dat was eigenlijk best angenaam, na
zoveel dagen met jongens in een auto te leven en in een tent te slapen was even
op mijn eentje eigenlijk wel een verademing :-) . De camping was opnieuw aan
een prachtig strand. De volgende morgen ging ik lopen op het strand en pakte ik
rustig alles bijeen en ging ik richting Whakatane, waar ik ging verblijven bij
een vrouw die ik had leren kennen op de bus naar het skigebied. In Whakatane
wou ik echter eerst nog een wandeling maken, een coastal walkway. Op de borden
stond aangegeven dat het inzeven uur gedaan wordt, maar de man van het informatiecentrum
zei mij dat ik het wel in vier uur zou kunnen. Geflatteerd vertrok ik dan maar
:-) . Wat een prachtige wandeling, eerst een uitzicht over Whakatane, en dan
over de kust en aan de andere kant Ohope beach. Niet helemaal zeker of de man
van het informatiecentrum hoogtij juist had gecheckt, want op een bepaald
moment moest ik toch wel redelijk hard klimmen. :-).
 |
| Matata Beach |
 |
| Coastal walkway Whakatane |
 |
| Coastal walkway Whakatane |
Nadien dan op naar Jo, de vrouw die ik had leren kennen op de bus naar
Whakapapa. Ik werd er heel goed ontvangen door Jo, en haar man Charels. Ik had
een super grote kamer met eigen sanitair en dubbel bed beneden in het huis. Het
was vrijdagavond, en Jo ging op bezoek naar haar vrienden voor een glaasje
wijn. ik ontmoette Sylvia, schoolvriendin van Jo, en haar man Mike, ook een
geograaf. Al snel kreeg ik heel wat lectuur over geografie en vulkanen in
Niew-Zeeland. Gezellige avond, het was supergoed weer, en de sfeer deed mij
zwat aan Broechem denken, gezellig samen iets drinken met vrienden die allemaal
niet zover van elkaar wonen. De volgende morgen hadden Jo en haar vriendinnen
een garage sale, zoals bij ons een rommelmarkt, maar dan enkel met de spullen
van zij die het organiseren, en bij hun thuis. De volgende morgen vroeg opstaan
dus, de garage sale begon om 8.30. We waren alles aan het klaarzetten, miervrij
maken (grote plaag hier precies), en de eerste persoon kwam al om 7.15. Tegen
de officiele starttijd was er al heel wat weg. Grappig wat sommige mensen nog mee
naar huis nemen. Nadien waren we nog wat aan het napraten, en Mike had me de dag
ervoor al gezegd dat er een mountaibike parcours was. Toen hoorde ik ook dat
het wel 90 km was de loop die hij wou doen. Als toch een-niet-zo-getrainde
mountainbiker zou dat een grote uitdaging zijn voor mij in dit heuvelachtige
landschap. Sylvia zei mij dat het toch wel wat zot was, maar Mike en Jo zetten
mij aan om het te doen. En ik dacht waarom niet, ik ben hier nu, en ik kan al
het materiaal hier lenen. Mike zei mij ook dat ik hun 'ginnypig' was, om te
kijken wat een toerist die niet gewoon is aan mountainbiken, ervan vond (het
was zijn project). In de namiddag maakten we nog een wandeling in Opotiki, met superuitzichten over de stranden. Die avond gingen we naar de cinema, Mr. Pip. De 'cinemazaal'
telde een stuk of 8 rijen, met een 6tal stoelen per rij. Het was een hele
confronterende film, over het conflict in Papoea Nieuw Guinea van een
Nieuw-Zeelandse auteur. Een echte aanrader!
 |
| Op de top van de eerste heuvel - met Mike en Fred |
Zo gezegd zo gedaan, de volgende
morgen vertrokken we dus op onze mountainbike trip. Ik had van Charles zo een
broekske me ne pamper in kunnen lenen (zeer content mee geweest achteraf) en we
begonnen eraan. Jim (superfitte man) en Celena (mama, en ervaring in
mountainbiken) gingen met ons meegaan.Het eerste deel van de loop was de 'dune
trail', het gemakkelijkste deel, klein beetje op en neer langs .... (jep! de
duinen :D). Lachen deed ik daarna echter iets minder toen ze mij zeiden dat we
de heuvels ingingen. Denkend aan mijn 'ervaring' in de Ardennen was ik er toch
nog steeds van overtuigd dat het wel ging meevallen. Het mountainbiken was op
een gravelweg, en de eerste heuvel was direct een serieuze, gestegen tot een
goede 4-500 meter. Ik ben bovengeraakt, op mijn eigen tempo, hoewel ik wel denk
dat de mannen boven ne goeie koffieklets hebben kunnen houden, maar ik zou niet
opgeven. De vriend van Celena, Fred was er ook bij met hun dochtertje, zij
waren met de auto, Celena wou liever niet de bergop rijden en kapot zijn 's
avonds. Ik had dus heel de tijd de optie om de mountainbike vanachter in de
laadbak te smijten en vals te spelen. Maar ik wou me absoluut bewijzen! Onderweg
heb ik toch eens even gedacht: dus zo moet het voelen om de Mont Ventoux op te
rijden ;-). Tegen het einde kwam Jim terug naar beneden gereden (zoals gezegd,
superfitte man) om te zien of alles ok was, en om mij het laatste stukje te
begeleiden. Met applaus kwam ik boven aan, eens daar vroeg ik dus of dit 'de
heuvel' was, en dat hadde ze slimgezien, mij dan pas zeggen dat er nog twee
kwamen. Eerst wat afdalen, en dan opnieuw een heuvel op, gevolgd door de
laatste, de ons uiteindelijk tot 600 m bracht. Supermooi landschap, in een
verlaten vallei. Jim kwam mij onderweg vanalles vertellen over de omgeving.
Mijn enthousiasme was wat afhankelijk of we bergop of bergafgingen :-) . Na de
laatste heuvel begonnen we aan de afdaling, eerst nog een deel langs de gravelweg,
en dan een echt mountainbikepad in, het technisch moeilijkste deel van de loop.
we daalden af langs de oevers van de rivier, supermooi, met altijd ofwel links
ofwel rechts de afgrond naar de rivier, prachtig. Eens beneden aangekomen wachtte
ons nog een twntigtal km over de weg terug de stad in. Na enkele kilometers
kwam Fred ons echter tegemoet en opteerden we dus toch maar voor een lift.
 |
| Laatste deel van de killer loop - in een riviervallei, met een leuke swing bridge! |
In
totaal was de balans een goede 70 km, waarvan 700m omhoog. Achteraf was ik toch
heel trots. Die avond hadden Sue en Mike ons uitgenodig te komen eten, en de
rugbymatch te kijken die we de avond voordien gemist hadden omdat we in de cinema
waren. Taco's en champagne (en de prestatie van die dag) was genoeg om mij
tegen het einde van de match toch te doen indommelen in de zetel.
De volgende dag stond er echter een nieuwe
belangrijke dag voor de deur. Voor de kust van Whakatane ligt White Island, de
enige mariene actieve vulkaan in Nieuw-Zeeland. Een must-do dus voor mij. De
volgende morgen toen ik op de boot stapte hoorde ik opnieuw Nederlands, ditmaal
niet uit Belgie. Opnieuw geraakte ik zo gemakkelijk aan de praat met een
Nederlands koppel. Ze waren in de 50, en aan het reizen zoals backpackers. Dat
vond ik zalig, ze hadden evenveel bagage meegenomen voor 3 maanden rondreizen
in Nieuw-Zeeland zoals elke backpacker zou doen, en een auto gehuurd, maar ook
geen planning. Gewoon doen elke dag wat ze wilden, zalig, ik hoop dat ik nog
hetzelfde doe als ik die leeftijd bereik. De boottrip naar White Island was een
goede anderhalf uur. Heel de tijd zat ik rond te kijken op zee, op zoek naar
dolfijnen/walvissen/orka’s/.. , maar we hadden geen geluk, enkel een zeehond
die aan het rusten was met zijn vin boven water.
White Island was net die week
van een level 1 alert status naar een level 2 gegaan. Dit wil zeggen dat het
actiever is, en dat er een kans is op uitbarsting. Eens op het eiland
aangekomen was ik ook echt onder de indruk van de kracht die je voelt en ziet
van deze vulkaan. Ik vroeg mij ook echt even af of dit wel een slimme
beslissing was geweest. We kwamen aan land en de gids begon ons wat uitleg te
geven. We hadden ook een helm en een gasmasker gekregen. Er waren nog
restanten te zien van een zwavelmijn. Wie haalt het nu in zijn hoofd om op een
vulkaan te gaan wonen en daar zwavel te ontmijnen? Overal waren de gekleurde
mineralen te zien, en stomende vents. We konden zelfs het kratermeer van de
main crater niet zien omdat die zohard aan het stomen waren. Als geograaf weet
ik wel de basis van vulkanen, maar ik ben er niet in gespecialiseerd, maar wel
heel hard in geinteresseerd. Ik was dus wel verbaasd dat de gids geen geoloog
was, hoewel die wel al veel ervaring had in deze vulkaan. Toen ik hem vertelde
dat het superinteressant was voor mij omdat ik geograaf was, was het enigste
wat hij zei: “ah cool”. Ik was wat teleurgesteld in het bedrijf en de gidsen. Ik had het gevoel
alsof ze de vulkaan enkel als toeristische attractie bekeken, en er eigenlijk
niet al teveel van afwisten en het niet met respect behandelden. Ik betwijfel
het ten zeerste dat moest hij uitgebarsten zijn terwijl ik daar was, zij ons in
veiligheid gebracht zouden kunnen hebben. Ik had gewoon wat meer verwacht voor
dat geld, maar ik heb wel white island gezien! Eens terug op het vaste land
dronk ik nog ‘een bakkie koffie’ (voor mij dan een cola light ;-)) met de twee
nederlanders, en nadien terug naar Jo.
 |
| White Island - geothermisch actieve vulkaan |
 |
| White Island |
 |
| White Island in zijn gehele schoonheid |
Ik had het zo naar mijn zin bij Jo en Charles
dat ik eigenlijk niet wou vertrekken (Jo noemde mij haar ' belgian daughter' ). Maar ik had ondertussen al een job in
Palmerston North met iets van geografie, en ik zou er moeten zijn tegen eind
oktober. Veel tijd was er dus niet meer, en er waren nog enkele dingen die ik
wou doen op weg naar daar. Ik bleef dus nog een dag langer bij Jo en Charles,
om nog even te relaxen, voor ik weer verder reisde. Van hun plaats is het
mogelijk een shortcut te doen naar de andere kant van de East Cape, ofwel kan
je er helemaal rondrijden. Ik wist niet goed of het wel de moeite was om er
helemaal rond te gaan, maar wat is er beter dan locals die u informeren? Jo en
haar vrienden zeiden mij dat het heel hard de moeite is, zij hadden het ooit
met de fiets gedaan. Charles is 65 jaar en doet nog elk jaar een andere cursus
aan de universiteit om zijn hersenen actief te houden, zeer interessant om met
hem te praten. Ik had een heel interessant gesprek met hem over geografie en
duurzaamheid etc... (Hij trekt verdacht hard op prof. Govers, was dus grappig
om met hem over geografie te praten!)
 |
| Jo en Charles, mijn hosts voor een kleine week - bedankt voor al de zalige momenten |
Maar de volgende morgen was het dus alweer
tijd om afscheid te nemen, en ik vertrok op mijn reis rond de East Cape. Het
was een zalig gevoel, je wist echt dat dit ‘off the beaten track’ was. Op de
eerste camping waar ik verbleef, was er nog 1 andere campervan buiten mij.
Het was wel alsof ik aan het terugreizen was door de tijd, de dorpen die ik tegenkwam waren
voornamelijk Maoridorpen, met de bijhorende cultuur. Ook hier was er opnieuw een
seinhuis, naar daar wandelen is het meest oostelijk punt op de wereld, de
eerste plaats die elke ochtend de zon ziet. Ik ben er niet met zonsopgang
naartoe geweest maar wel in de namiddag. Supermooi, zo verlaten en ongelofelijk
mooie stranden onderweg. Hier waren vroeger ook wat havens en industrie, dus ook oude aanlegsteigers.
 |
| Oude aanlegsteiger in Hicks Bay |
 |
| Strand op weg naar de East Cape |
 |
| East Cape seinhuis |
 |
| Aanlegsteiger in Tokomaru Bay |
 |
| Zonsopgang op 25 oktober - 1 van de eersten op aarde om dit te zien |
Die avond sliep ik opnieuw op een camping op het
strand (zeer normaal hier!), en dit keer had ik wel mijn wekker gezet om als 1 van de eerste op 25 oktober de zon te zien. Mijn wekker ging af en ik keek
naar de mooie zonsopgang, maar ik ben toch nog even terug ingedommeld. Nadien
ging ik opnieuw wandelen. Onderweg kwam ik mensen van DOC (Department of
Conservation) tegen. Alleen wordt je altijd zoveel gemakkelijker aangesproken,
en gebeurt een gesprek ook veel sneller. Ik wou graag ergens
(vrijwilligers)werk doen voor DOC. Ik vertelde dit dus ook tegen David waarmee
ik aan de praat geslagen was, en die gaf mij zijn e-mailadres en zei me dat ik
mijn cv maar moest doorsturen en dan kon hij zien wat hij kon doen. Zalig, die
toevallige ontmoetingen die opnieuw kansen doen ontstaan.
Later die dag deed ik nog een andere
wandeling, de Cook’s Cove Walkway, naar de plaats waar captain Cook aan land is
gekomen en water etc heeft bijgevuld. Het was een perfecte dag, en de wandeling
was supermooi. Uitzichten over de kust, en een ander ‘hole in the wall’.
Alweer, super verbaasd over die mooie landschappen hier in Nieuw-Zeeland.
 |
| Uitzicht over Tolaga bay |
 |
| Hole in the wall |
 |
| Uitzicht over Cooks Cove - de landingsplaats van kapitein Cook in 1769 |
Die dag wou ik nog doorreizen tot in lake
Waikaremoana. Gisborne, de stad, liet ik dus voor wat het was en ik reed door
tot het meer. Jo had mij gewaarschuwd, als het ergens slecht weer is, is het
daar. Dus ja inderdaad toen ik daar aankwam was het aan het regenen. Ik was
ondertussen op een strak tijdsschema, ik kon er maar 1 dag blijven, de volgende
avond wou ik al in Hastings zijn. Lake Waikaremoana is supermooi, 1 van de
great walks loopt rond het meer. Maar tijd om enkele dagen aan een stuk te
wandelen had ik dus niet. Op de camping hadden ze mij wel enkele andere
suggesties aangeraden, die in 1 dag te doen waren. Ik wandelde dus naar lake
Waikareiti, gecreeerd door een landslide. Supermooi, helder meer. Onderweg kwam
ik nog enkele meisjes tegen waar ik mee aan de praat raakte. Ook backpackers
die samen een busje hadden gehuurd. Een Canadese, Franse en een Duitse. Leuk om
de wandeling met hun samen te doen. Nadien ging ik nog door naar een waterval en
een uitzichtspunt. Toch nog wat gezien, hoewel de wandeling naar dat andere
meer vooral door het bos was. Dat is ook mooi, maar ik wandel toch vaak voor de
uitzichten ;-).
 |
| Lake Waikareiti |
 |
| Lake Waikaremoana |
Die avond reed ik dan nog door tot in Hastings, waar twee
vrienden van in het skigebied aan het werken waren in een boomgaard. Ze hadden
nog een bed vrij in hun kabine, dus ik kon er verblijven.
Na enkele dagen alleen op pad geweest te zijn
was het wel leuk nog eens wat bekende mensen terug te zien. Samen enkele
pintjes drinken en bijpraten. Hier was opnieuw een mooi uitzichtspunt, Te Mata
Peak. Stefan en Lucas zeiden mij dat het de moeite was, dus ik was alweer
onderweg. In plaats van mijn auto op de hoogste parking te parkeren, uit te
stappen, foto te nemen en terug te gaan, wou ik er toch wat voor werken. Dus ik
parkeerde mij op de middelste parking en wandelde het laatste stuk. Het
uitzicht was magnifiek, 360 graden!
 |
| Uitzicht vanop Te Mata Peak - Hastings |
De volgende dag was het feestdag, Labour
Day. Napier, een andere stad vlakbij was naart schijnt ook de moeite. Toen die
rond 1930 werd verwoest, en nadien werd herbouwd, was Art Deco de kunst. Vele
gebouwen hier zijn dus in die stijl gemaakt, eindelijk eens een Nieuw-Zeelandse
stad die wat karakter, en iets unieks heeft, en niet exact zoals alle andere
steden is. Ook al was het feestdag, vele kledingwinkels waren open, en het
waren zelfs solden. Het was lang geleden, maar het deed echt deugd om zo is wat
rond te slenteren, en me toch is iets nieuws aan te schaffen.
 |
| Lukas en Stepan (Tsjechen) in Hastings |
Dinsdag, 29 oktober, vertrok ik dan naar
Palmerston North. Hier zou ik werken aan Massey university. Ik had echter twee
dagen ervoor een e-mail gekregen van Karoly Nemeth, de dr. waarmee ik ervoor
had gemaild, dat hij het superdruk had gehad en de week nadien voor een maand
vertrok en dus niet goed wist wat de mogelijkheden nog waren. Ondertussen had
ik me er wel wat op ingesteld, dus ik hoopte maar dat ik
nog altijd iets kon doen. Woensdag had ik een afspraak met hem om te bekijken
wat de mogelijkheden waren. Dinsdag heb ik dus ook hier nog eens wat
rondgewandeld door de winkels. Alle Nieuw-Zeelanders die ik had gezegd dat ik
naar Palmerston North ging zeiden me dat het geen mooie stad was, en dat het
vaak slecht weer is, heel plat, enz... Maar ik vond het meteen aangenaam als ik
hier aan kwam, je voelt meteen dat het een jongere stad is, met veel studenten,
en dat deed me wat aan Leuven terugdenken. Er was zelfs een echt shopping
center! (Niet vergelijkbaar met Wijnegem, maar in vergelijking met wat ik hier
al gezien heb, serieus gesoffisticeerd!) Ik zag dat dus wel zitten om hier
langer te blijven. Die avond sliep ik in een hostel, aangezien ik totaal geen
idee had of ik hier zou kunnen werken of niet.
In de hostel ontmoette ik drie jongens die op trekking waren door heel
Nieuw-Zeeland. Er loopt blijkbaar een wandelpad van het noordelijk puntje tot
het zuidelijk puntje, en zij waren dit aan het wandelen. Ze hadden al meer dan
1000 km gewandeld, zot! Maar wel zalig, ik vond het geweldig om hun verhalen over stieren en koeien etc. aan te horen. Goed gelachen ook ’s avonds en nog wat cava gedronken, ik hoop ze nog is tegen te komen, echt toffe mannen!
De volgende dag was het dan de grote dag, ik
ging naar de universiteit en was zelfs een beetje zenuwachtig. Massey
university leek behoorlijk groot, mijn weg vinden op de campus was toch niet zo
gemakkelijk als ik dacht. Dan ging ik naar dr. Karoly
Nemeth, een super sympathieke man die ook al direct mopjes maakte. Hij stelde
me direct voor aan alle doctoraatsstudenten, en met elke persoon die ik
ontmoette waren er meer en meer mogelijkheden. Iedereen was zeer geinteresseerd
en enthousiast om mij mee te nemen als ze op terrein gingen. Op een bepaald
moment kwam er zelfs iets betalends mogelijk, als ik de stalen van hem zou
zeven terwijl hij weg is, zou ik betaald kunnen worden, voor ongeveer 20 uur
per week. En tegelijkertijd zou ik hier in de buurt zijn zodat ik altijd nieuwe
dingen kan leren, en mee op terreinwerk kon met iemand. Zalig dus. Tijd voor mij om dus een plaats om te verblijven te zoeken. Aangezien ik ook maar 20 u per week betaald zou worden zou ik best nog een andere job zoeken ook. Ik had in de stad al een cafe gezien waar een uithangbord van Stella hing, en de sfeer stond mij hier ook aan. Ik liep er langs en ik dacht, ik kan altijd eens proberen. Dus ik stapte binnen en vroeg of ze er toevallig op zoek waren naar iemand. De vrouw, Anne, zei ja eigenlijk wel dus vroeg of ik kon terugkomen later die namiddag met mijn cv. Zo gezegd zo gedaan, dus had ik een interview. Anne was een supersympathieke madam, ze vroeg wat over mijn ervaringen en dan begon ze over mijn sjaal. Ik dacht altijd dat ik toch wel ne fan van sjaals was (hoewel ik nog wel meer fanatiekelingen ken), maar zij heeft lege behangrollen in haar gang thuis waarop ze haar sjaals uitstalt! De volgende dag moest ik terugkomen om is een testrun te doen, om te zien of ik hier paste. Die avond had ik ook twee afspraken om een kamer te gaan bekijken. Het eerste huis waarnaar ik ging kijken stond me meteen aan. Het was goedkoop, en het was een echt huis, met grote living en keuken, twee badkamers, parkeerplaats etc. Maar het belanrijkste voor mij was dat de kamer bemeubeld was, aangezien ik geen bed bij mij had in minj auto :-) . Er waren ook fietsen de niet gebruikt werden, waarvan ik dan wel eenzou kunnen gebruiken om naar massey te fietsen. Ik wou dus eigenlijk wel meteen ja zeggen, maar ik had nog een afspraak, wat later op de avond. Ik nam een kijkje in dat huis, maar besefte meteen dat ik me hier niet zo op mijn gemak zou voelen. Ik had nog geen overnachtingsplaats voor die avond, ik was eerst van plan trug naar e hostel te gaan. Maar Don, de eigenaar van het eerste huis zei dat ik gerust al daar kon blijven slapen, op de zetel wel want er waren nog spullen van het andere meisje in de kamer.
Ik was wat in de war, want kon het moeilijk geloven dat alles zo goed en snel uitdraaide. Ik had de volgende dag nog twee afspraken om naar een huis te gaan kijken, maar na wat twijfelen besliste ik toch om naar dat eerste huis te gaan, waarom blijven zoeken als je al iets gevonden hebt wat je een goed gevoel geeft.
Ik trok dus in bij Don, 42 jarige man, en Alice (Ali), 28 jarige student. Don is een echte Don zoals zijn naam het beschrijft. Voor ik ging gaan proberen in het biercafé the Grand had ik wat zenuwen. Mijn laatste ervaring in het skigebied was niet zo geweldig, ik vond het allemaal wat onpersoonlijk en wist niet meer goed of het wel echt iets voor mij was om in een bar te werken. Maar mijn trialrun in the grand was goed. Stella en Hoegaarden van de tap, en Leffe in flesjes, voelt een beetje als thuis. Bij mijne eerste stella van de tap had ik me direct goe bewezen! Ze zeiden me: als jij wilt, hebt ge de job! De collega's en sfeer stond me heel hard aan, dus zei ik ja. Ook een perfecte aanvulling op mijn werk aan de unief, ik zou hier wo, do, vr en zaterdagavond kunnen werken.
 |
| The Grand - vanbuiten - mijn nieuwe werkplek |
Toen ik de volgende mogen dus terug naar de unief en Karoly ging, was hij onder de indruk hoe snel ik alles in orde had gebracht. War ik twee dagen ervoor zelfs niet wist of ik in Palmy zou kunnen blijven had ik nu al een verblijfplaats en twee jobs. Ik was ook al langsgeweest bij een interimkantoor oor een job op zondag in een magazijn, kleding strijken en opvouwen. Ik bedacht me dat ik het liefst zoveel mogelijk geld zou verdienen tijdens mijn tijd hier in Palmy, zodat ik hopelijk niet meer moet werken op het Zuideiland en gewoon kan genieten.
De eerste dag op de universiteit, leerde Anja (Duitse) mij hoe ik vulkanische stalen moest zeven (voor zij die niet geïnteresseerd zijn in de technische uitleg-skip deze paragraaf). De geologen gaan dus op terrein en nemen stalen uit lagen of plaatsen de interessant zijn. Maar hierin zitten zowel grotere stenen als kleinere korrels. Wat ik dus moet doen is deze opsplitsen in categorieën van dezelfde grootte met behulp van zeven. Nadien weten ze hoe groot het aandeel is van welke korrelgrootte en hieruit kunnen ze besluiten trekken over de aard van de uitbarsting. Het heeft toch wel vier u geduurd om het eerste staal te zeven. Waar wij in Geografie een trillend machien gebruiken, doen ze het hier zeef per zeef manueel, om zo precies mogelijk te zijn. En des te kleiner de deeltjes en dus ook gaatjes in de zeven worden, des te moeilijker het wordt om de deeltjes die vastzitten eruit te krijgen. Ondertussen ben ik al wel sneller ;-).
Later die dag was er 's avonds bier voor 1 NZD in de gezamenlijke ruimte, spotgoedkoop voor hier! Dat komt overeen met ongeveer een 60 eurocent, en het is dan gene Carapils! Leuk om wat met de andere doctoraatsstudenten te praten. Op de hele gang hier in het vulkanologie departement werken drie kiwi's , al de anderen zijn internationaal. Vooral Europa en Zuid-Amerika. Karoly suggereerde al, België zou goed zijn om ons team aan te vullen.
Die avond werkte ik mijn eerste avond in The Grand. We hebben livemuziek do, vr en zaterdag. Shelly en Toni, de collega's waarmee ik de dag ervoor al had samengewerkt, hadden ondertussen een naam voor mij bedacht. Aangezien er al een andere Ann was, werd ik ''Belgy'' genoemd.Pitch, de buitenwipper, stelde zich voor als ''not with a b''. Die eerste avond was ik serieus onder de indruk, man zoveel mensen rond 40-50 jaar superchique opgekleed en suuuuper zat. Maar dat is wel grappig om als nuchtere mens naar te kijken, tegen de late avond dans iedereen op de live muziek. Bier wordt wel verkocht, maar toch vooral sterke drank mixen, en zeker des te later het wordt op de avond. Er waren ook enkele mannen waarvan er een met mij wou dansen. Hij showde zelfs zijn spieren om mij te overtuigen (serieus indrukwekkend wel) maar ik ben toch maar schoon achter de bar gebleven. Was wel genoeg voor Toni om hem 'my muscle man' te noemen ;).
De volgende avond werkte ik opnieuw in the Grand, en my muscle man was er weer. Dit keer kwam hij vragen of ik een lief had, gevolgd door de vraag om same te dansen, maar even niet reageren was genoeg om hem nadien te zien vertrekken met een veel oudere vrouw. Het was opnieuw niet zo druk, en goed om ingewerkt te geraken. Ondertussen wat lachen met de zeer sympathieke klanten. Zo was er iemand aan het doen alsof het bancontact machien een telefoon was! :D Met de livemuziek is het niet altijd even gemakkelijk om ze te verstaan, zeker met het kiwi gemompel. Maar dat kan je soms ook in je voordeel gebruiken, wanneer een oude zatte man kwam vragen om te dansen, was het een goede truuc om te doen alsof k hem niet verstond (wie had gedacht dat mijn mopje nog handig zou zijn! :D)
Die maandag was het opnieuw zeven geblazen op de universiteit. Terwijl ik bezig was kwam Adam (Engeland) zeggen dat hij de volgende dag met Rafael (Zuid-Amerika) naar Mount Taranaki zou gaan om as te verzamelen. De volgende morgen pikten ze mij dus op en waren we onderweg naar Mount Taranaki, een vulkaan aan de westkust. Een goede week voordien waren hier nog mensen op gestorven, aangezien die zo blootgesteld is aan de inkomende wind en weersystemen en condities plots kunnen veranderen. Wij gingen echter maar tot op de hoogste plaats de je met de auto kon bereiken. Toen we op weg waren kon je de vulkaan nog goed zien, maar tegen dat we daar waren was de hele vulkaan in wolken bedekt, we zagen er niets meer van. Het was wel superinteressant om wat uitleg te krijgen. Rafael is een geoloog en doet zijn doctoraat over Mount Taranaki. Hij kon mij dus laten zien hoe je door gewoon naar lagen en stenen te kijken kan zien wat voor uitbarsting het was en hoelang er tussen twee uitbarstingen zat. Waar ik in België nooit veel geïnteresseerd was in Geologie, vond ik dit wel ongelofelijk interessant. Het leeft hier allemaal zoveel meer. Eens we twee bakken hadden volgeschupt met as voor Adam vertrokken we terug. Onderweg voelde ik mij zowat op excursie, warme, comfortabele plaats, biedt niet veel andere opties dan in slaap vallen :D.
De rest van de week werkte ik wat op de universiteit. Tijdens deze week deed Eric (Frans) een superinteressant en impressionant experiment. Ze hebben een hangar waarin een grote proefopstelling staat van en goede twintigtalmeter hoog waarmee ze pyroklastische stromingen simuleren. Het enigste in de hele wereld waarbij ze de hoek van de helling kunnen veranderen. Het experiment zelf duurt maar 5 seconden, as valt naar beneden en ze kijken hoe het zich gedraagt, maar wel zeer indrukwekkend om te zien.
Vrijdag en zaterdagavond werkte ik opnieuw in the grand. Aangezien ik hier nog niet veel mensen ken voelt dit voor mij als iets gaan drinken. Ik begon nu ook al sommige vaste klanten te kennen. Muscle man hebben we niet meer gezien dit weekend.
Morgen, maandag, ga ik met Eric naar de vulkanen waar ik werkte in het skigebied, om nieuw as te verzamelen voor zijn volgend experiment. Zal zeer interessant zijn om de vulkanen terug te zien, een goede maand later, en opnieuw wat meer info te krijgen.
Hier in Palmy heb ik het gevoel dat ik me even thuis ga voelen. Ik heb hier mijn eigen kamer in een huis, en enkele jobs. Maar het is hier wel veel moeilijker om mensen te leren kennen waarmee je iets kan doen buiten je uren. De meeste mensen die ik hier leer kennen wonen hier al langer, dus dat is anders in vergelijking met het skigebied. Maar de mensen op de jobs zijn allemaal supersympathiek dus dat zal hopelijk wel komen. Ik heb ook een volleybalclub gevonden waar ik maandagavond eens mee ga proberen. Want ik mis alles waaraan ik gewoon ben, en vooral jullie, wel. Maar ik weet dat ik dit waarschijnlijk maar een keer doe, en ik weet dat ik terugkom (7 juli voorlopig) dus dat maakt het mogelijk voor mij er hier elk moment van te genieten. Ik hoor ook wel graag updates hoe het thuis is :-) hierbij een oproep dus! (En zo weet ik ineens wie de doorzetters zijn ;-)).
Deze week zal ik ook training krijgen voor het werken in het magazijn op zondag. Ik blijf hier tot begin januari, zodat ik een goede twee maand tijd heb om hier veel ervaring op te doen (en centjes te verdienen). Nadien ga ik dan, eindelijk, naar het Zuideiland! Wanneer ik dan doorreis naar Australië zal hiervan afhankelijk zijn. Nieuw-Zeeland is ongelofelijk, en ik wil hier niet vertrekken voor ik voel dat ik alles gedaan heb. Mijn tijd in Australië en vooral Maleisië/Indonesië zal hiervoor moeten inboeten indien nodig, maar de prioriteit ligt voor mij bij Nieuw-Zeeland.
Tot de volgende!